Aan doorzettingsvermogen en leercapaciteit heeft het nooit ontbroken bij Sander. Als jonge tiener schopte hij het zelfs tot VWO-niveau, maar het ging mis voordat hij zijn diploma kon halen. “Ik was een turbulente puber”, vertelt hij. “Er zijn dingen gebeurd waar ik echt niet trots op ben. Op mijn vijftiende werd ik van school gestuurd en kwam ik terecht bij verschillende instanties. Ik ging aan de slag als hovenier, maar merkte ook dat je zonder diploma altijd de ondankbare klusjes krijgt.”
Een oplossing daarvoor vond hij bij de landmacht. “Als 21-jarige leek me dat de uitgelezen plek om nog iets van mezelf te kunnen maken. Maar intussen merkte ik ook dat ik dingen miste vanuit mijn opvoeding en ontwikkeling. Ik zocht bijvoorbeeld naar manieren om iets makkelijker of slimmer aan te pakken, terwijl onze commandant dat zou moeten bepalen. Inmiddels snap ik dat ik soms beter m’n mond kan houden, maar die koppeling kon ik toen niet echt maken. Bij Defensie word je dan echt met harde hand tegengewerkt.”
‘Ik voelde me zo kleingemaakt’
Na dreigende taal van leidinggevenden gingen er ook uitzendingen aan Sanders neus voorbij. “Tegenwoordig kan ik daar beter begrip voor opbrengen”, zegt hij er meteen bij. “Maar je wil als militair het verschil kunnen maken. Het voelde alsof ze me het leven zuur maakten. Mentaal voelde ik me zo kleingemaakt. En zonder diploma kom je ook bij Defensie nooit heel ver.”
Door die opeenstapeling van blokkades kreeg Sander last van depressieve klachten. “Vaak gingen ze weer even weg, om een half jaar later veel heftiger terug te komen. Op een gegeven moment was ik dusdanig lang uitgeschakeld dat ik nauwelijks meer in staat was om de deur uit te gaan. Via de reïntegratiedienst van Defensie kwam ik zo bij SPAT terecht.”
Sander kan zich de eerste ontmoeting met de coach – begin 2021 – nog goed herinneren. “Sinds mijn jeugd heb ik een gebrek aan vertrouwen en ben ik heel behouden in wat ik wil zeggen. Die pleister moest eraf om de wond te laten genezen. De coach ging daar heel goed mee om. Hij gaf me meteen het gevoel dat we allebei hetzelfde zijn. Dat hij niet boven mij stond. Ik kon heel open met hem sparren.”
Frustratie en opvliegerigheid
Intussen stonden er speciale bewegingsoefeningen op het programma. “De coach gooide bijvoorbeeld tennisballen op me af om te vangen. Op een gegeven moment gingen die steeds sneller of verder van me af. Een opdracht die eerst haalbaar leek, werd opeens onmogelijk. Dan gebeurt er iets met je. Bij mij kwam er frustratie en opvliegerigheid naar boven. Zo’n explosie van woede die ik ook van thuis kende. En dat was natuurlijk ook precies wat de coach wilde ontdekken.”
“Ik merkte dat het precies de klachten waren waar ik al veel langer mee kampte”, vertelt Sander. “Daar gingen we samen over in gesprek. Waarom gebeurt dat? Is het wel zo erg om een tennisbal te missen? Zo besef je dat die balletjes veel meer zijn dan alleen objecten. Het zijn voor mij de kreten die collega’s naar je uitslaan. Het zijn de tegenslagen op je werk of thuis. Er zijn altijd wel tennisballen die klote worden gegooid. De vraag is hoe je ermee omgaat.”
“Ik schreef op waar ik dankbaar voor was, waar ik kritiek op had en wat ik graag zou willen veranderen. Er kwam zoveel los. Ik dacht: verdomme, ik heb gewoon de regie in eigen hand dus waarom doe ik er dan niks mee? Dat was het punt waarop ik besefte dat ik zelf actie moest ondernemen om iets opgelost te krijgen.”
Voeg je koptekst hier toe
Na zijn traject bij SPAT, nu ongeveer vijf jaar geleden, besloot Sander om het roer rigoureus om te gooien. Hij startte een sportopleiding en verhuisde van Utrecht naar de Achterhoek. “Ik denk dat ik 90 procent van mijn oude sociale kring niet meer spreek”, vertelt hij. “Ruzie is er nooit geweest. Ik heb gewoon al het contact verbroken. Heel ingrijpend, maar ik had het nodig om een nieuwe start te kunnen maken.”
“Ik heb nu een fijn huisje, twee prachtige kinderen en een vrouw die altijd achter me staat, ook al is het voor haar allemaal niet makkelijk geweest”, vertelt Sander. “Ik ben heel tevreden met waar ik nu sta. Met m’n studie ben ik soms mentaal wel echt helemaal klaar. Ik zie mezelf eigenlijk ook geen sportleraar worden. Het zou goed kunnen dat ik bij Defensie blijf. Maar dan wel met dat diploma.”
“Mijn studie gaat vanuit huis en levert de nodige tegenslagen op. Concentratie is soms lastig. Maar dat zijn dus weer die tennisballen. Ik mag van mezelf dan even boos zijn en weet ook dat ik mezelf weer kan herpakken. Moeilijk is het zeker, maar opgeven is er voor mij niet bij.”
“Mentale klachten komen veel meer voor dan we denken in Nederland”, besluit Sander. “Ik heb tien jaar bij de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg gelopen voordat ik eindelijk zelf de regie in handen nam. Niet iedereen kan altijd maar alles. Soms heb je een duwtje in de goede richting nodig. Mijn SPAT-coach is voor mij de persoon geweest die het definitieve verschil heeft gemaakt. Daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor.”

